Karl Karlas

‘Van een grote bouwafvalcontainer gaat mijn hart sneller kloppen’

Waar kunnen we jouw werk aan herkennen? ,,Mijn werk kenmerkt zich door een verwijzing naar de natuur. Soms is die heel letterlijk aanwezig en soms minder zichtbaar. Ik heb een fascinatie voor natuurlijke processen en de vergankelijkheid die we in de natuur en het (mensen)leven aantreffen. De mens is natuurlijk ook een onderdeel van die natuur. Ik gebruik vaak de mens als een soort maatstaf, bijvoorbeeld door te kijken naar het mensenleven en de tijd die voorbij strijkt en wat zich erin afspeelt. Gebouwen die worden gebouwd en weer worden afgebroken, de natuur die het overneemt nadat iemand er niet meer is en een tuin die overwoekerd raakt. Mijn werken kenmerken zich door een ongebruikelijke herkenbaarheid. Zo lijken natuurlijke materialen kunstmatig, en het kunstmatige juist natuurlijk. Latex bijvoorbeeld, een natuurlijk materiaal, wordt kunstmatig door de manier waarop ik het gebruik. Lakspray, verf, of purschuim daarentegen zijn kunstmatig, maar deze weet ik natuurlijk te laten lijken.Momenteel werk ik veel met gips en aan een eigen symboliek gericht op vorm. ‘’

Je bent initiatiefnemer van Vensterbank. Waarom doe je nu ook als kunstenaar en curator mee? ,,Na een aantal exposities enkel georganiseerd te hebben, leek het mij nu wel eens tijd om zelf mee te doen. Deze expositie cureer ik zelf en het thema dat ik gekozen heb is een thema dat ook in mijn eigen werk terugkomt. Het gaat dus goed samen.’’

Wat kunnen we van de expositie verwachten? ,,Bij Two thousand and Eighty-four verschijnen werken met een ‘digitaal randje’. Vormen en materialen die op geheel eigen wijzen worden gebruikt. Zo zou je bijvoorbeeld van een aantal werken kunnen zeggen dat het schilderijen zijn, maar geen van hen gaat echt te werk als een schilder. Inhoudelijk is de expositie gericht op de toekomst, daar komt denk ik ook het digitale randje vandaan. Iedereen heeft verschillende ideeën over de toekomst en de tijd waarin wij leven. Ik heb kunstenaars uitgenodigd die hierop reflecteren en dit in hun werk terug laten komen. De titel is natuurlijk een verwijzing naar het beroemde boek 1984 van George Orwell. Zijn toekomstbeeld is heel duidelijk een dystopie, maar in deze expositie komt dat dus niet per se letterlijk terug. Voor de een is er in de toekomst een utopie voor anderen een dystopie en weer anderen blijven neutraal. Wat je te zien gaat krijgen, blijft dus nog wel een verassing en laat genoeg aan de fantasie van de toeschouwer over.”

Wat doe je nog meer naast je werk als curator? ,,Als eigenaar van Vensterbank ben ik verantwoordelijk voor de organisatie. Hieronder valt de planning van exposities, maar ook het aanvragen van subsidie en de (online) communicatie. Het aanvragen en in grote lijnen opzetten van de exposities doe ik samen met Gijsje Heemskerk. Daarnaast ben ik voorzitter van Stichting ROEM (Ruimte Om Echt te Maken) een kunstenaarscollectief in Leiden. De studio van ROEM zit aan Morsweg 55 in Leiden. Ik heb daar ook mijn eigen atelier waar ik werk als beeldend kunstenaar. Verder geef ik drie dagen in de week les op het Visser ’t Hooft Lyceum in Leiden. Ik geef daar kunstgeschiedenis, tekenen, beeldende, culturele en kunstzinnige vorming in onder- en bovenbouw van vmbo tot gymnasium.” 

 

Karl Karlas

Welke kunstenaar inspireert jou? ,,Ik houd van werken met een vorm van symboliek. Dat je zonder het echt te begrijpen kunt voelen waar het heen gaat, als een raadsel dat je instinctief kunt oplossen. Allegorische werken met een zekere boodschap, zoals bijvoorbeeld memento mori of vanitas. Een tijdje terug zag ik een werk van Tamás Kaszàs en ik werd er meteen tot aangetrokken. De symboliek in zijn werk was zo sterk. Hij gebruikt goedkope, gerecyclede materialen die niet meteen vatbaar zijn voor technologisch en maatschappelijk verval, maar toch kun je dit duidelijk voelen. In een interview zegt hij over zijn werk: ‘Ik ben sceptisch over houdbaarheid van de technologische vooruitgang en ik houd ervan mij alternatieve werkelijkheden en toekomsten voor te stellen na een mogelijke ineenstorting’. Ik vind het mooi om te zien dat ik altijd door verschillende soorten werken wordt aangetrokken om er later achter te komen dat de thematiek of de boodschap iets is wat mij ook op een bepaalde manier bezighoud.’’

Hoe ga jij zelf te werk? ,,Het begint bij een fascinatie voor een specifieke vorm of materiaal. Ik kan dan de drang voelen om hier iets mee te doen. Aan het begin van mijn proces ga ik vaak wandelen in de buurt rondom mijn atelier. In de Leidse wijk achter de Maredijk staan ontzettend veel oude huizen die van ellende uit elkaar vallen dus er is altijd wel iemand aan het verbouwen. Dan staat er zo’n grote bouwafvalcontainer en daar gaat mijn hart meteen sneller van kloppen. Mensen gooien echt de mooiste dingen weg. Het leukste is eigenlijk als ik niet precies weet waar spullen voor zijn gebruikt, dan kan ik zelf mijn fantasie laten gaan. Ik maak altijd even een praatje met de aannemers of bewoners waardoor ik vaak nog meer leuk materiaal aangeboden krijg. Zo heb ik een tijdje terug een heel raam uit een container gevist. De klusser vertelde me dat als ik over een uur terugkwam, hij er nog wel eentje had. Ook wordt er naast mijn huis al een tijdje gebouwd aan een enorm appartementencomplex. De sokkels uit mijn serie Straatbeelden (2018) zijn betonboorsels die ik uit de container van dit bouwterrein heb gevist. Elke keer als ze nieuwe hadden, werden die speciaal voor mij aan de kant gezet. Zo lief!’’

Wat heb jij met Leiden? ,,Ik woon er en ik vind Leiden een gezellige stad, lekker dorps. Ik ben opgegroeid in het dorp Roelofarendsveen en ik denk dat ik in Leiden een soort best of both worlds heb gevonden. Iedereen kent elkaar, maar de supermarkt is wel gewoon elke dag tot 22.00 uur open. Met betrekking tot hedendaagse kunst valt er nog wel veel winst te behalen. LUMC en beelden Leiden doen al mooie dingen maar verder kan Leiden wel een opfrisbeurt gebruiken.”

Jouw werk is te zien in een voormalig all you can eat-restaurant. Wat zou jij er bestellen? ,,Bier.’’

 

Intussen (2017)
Cactus (2017)
Raam (2017)
Interinfraparasuprae (2018)
Straatbeeld (2018)

Karl Karlas (1991) is geïnspireerd door het verloop van tijd en hoe dit in zowel bij de mensheid als in de natuur verandering te weeg brengt. Voornamelijk sporen die worden achterlaten en hoe deze na velen jaren zichtbaar of juist onzichtbaar worden.

De fascinatie voor transformatie zie je ook terug in de vorm en de keuze voor objecten die worden gebruikt. Het werk bevraagt de grens tussen het organische en het artificiële door deze met elkaar te verbinden. Hierdoor ontstaan beelden die het midden houden tussen de realiteit en surrealiteit. Het bestaat, maar is het echt? Het is er echt, maar is het echt?

Karl maakt sculpturen die vaak samen worden gebracht in installaties. De sculpturen ontstaan vanuit tekeningen, collages en door experimenten met gelaagdheid in materialen. Karlas’ werk kenmerkt zich door ongebruikelijke combinaties in materiaal variërend van mos tot gips en latexrubber. Door het toevoegen van verschillende lagen zoals bijvoorbeeld epoxy, ontstaan er werken waarbij het natuurlijke kunstmatig lijkt en het kunstmatige natuurlijk.

www.karlkarlas.nl
instagram.com/karlkarlas